Kieswet

Inhoud

Artikel X 10

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2007.
  1. De voorzitter van een vertegenwoordigend orgaan verleent aan een lid van dat orgaan dat is toegelaten op diens verzoek tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en bevalling op de in het verzoek vermelde dag die ligt tussen ten hoogste zes en ten minste vier weken voor de vermoedelijke datum van de bevalling die blijkt uit een door het lid overgelegde verklaring van een arts of verloskundige. Aan het verzoek, bedoeld in de eerste volzin, wordt niet voldaan, indien het tijdstip waarop het verzoek wordt gedaan ligt binnen een periode van zestien weken voor het einde van de zittingsduur als bedoeld in hoofdstuk C.

  2. De voorzitter van een vertegenwoordigend orgaan verleent aan een lid van dat orgaan op diens verzoek tijdelijk ontslag, indien het lid wegens ziekte niet in staat is het lidmaatschap uit te oefenen en blijkens de verklaring van een arts aannemelijk is dat hij de uitoefening van het lidmaatschap niet binnen acht weken zal kunnen hervatten. Het tijdelijk ontslag gaat in op de dag na de bekendmaking van de beslissing op het verzoek. Aan het verzoek, bedoeld in de eerste volzin, wordt niet voldaan, indien het tijdstip waarop het verzoek wordt gedaan ligt binnen een periode van zestien weken voor het einde van de zittingsduur als bedoeld in hoofdstuk C.

  3. Het lidmaatschap van het lid aan wie tijdelijk ontslag als bedoeld in het eerste lid of tweede lid is verleend, herleeft van rechtswege met ingang van de dag waarop zestien weken zijn verstreken sinds de dag van ingang van het tijdelijk ontslag.

  4. Aan een lid van een vertegenwoordigend orgaan wordt ten hoogste drie maal per zittingsperiode tijdelijk ontslag als bedoeld in het eerste of het tweede lid verleend.

01-01-2026 Huidig 01-08-2025 Historisch 12-02-2025 Historisch 20-06-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 24-03-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-07-2020 Historisch 22-02-2019 Historisch 01-01-2019 Historisch 01-08-2018 Historisch 28-07-2018 Historisch 13-06-2018 Historisch 25-05-2018 Historisch 01-12-2017 Historisch 01-10-2017 Historisch 10-06-2017 Historisch 12-05-2017 Historisch 01-04-2017 Historisch 02-01-2016 Historisch 01-01-2016 Historisch 10-10-2015 Historisch 30-01-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 29-11-2014 Historisch 10-10-2014 Historisch 01-07-2014 Historisch 06-01-2014 Historisch 01-12-2013 Historisch 17-10-2013 Historisch 29-06-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-04-2011 Historisch 01-01-2011 Historisch 10-10-2010 Historisch 01-01-2010 Historisch 01-01-2009 Historisch 01-12-2008 Historisch 21-11-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 01-01-2007 Historisch 11-10-2006 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 11-10-2006.

Tekst van deze versie

  1. De voorzitter van een vertegenwoordigend orgaan verleent aan een lid van dat orgaan dat is toegelaten op diens verzoek tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en bevalling op de in het verzoek vermelde dag die ligt tussen ten hoogste zes en ten minste vier weken voor de vermoedelijke datum van de bevalling die blijkt uit een door het lid overgelegde verklaring van een arts of verloskundige. Aan het verzoek, bedoeld in de eerste volzin, wordt niet voldaan, indien het tijdstip waarop het verzoek wordt gedaan ligt binnen een periode van zestien weken voor het einde van de zittingsduur als bedoeld in hoofdstuk C.

  2. De voorzitter van een vertegenwoordigend orgaan verleent aan een lid van dat orgaan op diens verzoek tijdelijk ontslag, indien het lid wegens ziekte niet in staat is het lidmaatschap uit te oefenen en blijkens de verklaring van een arts aannemelijk is dat hij de uitoefening van het lidmaatschap niet binnen acht weken zal kunnen hervatten. Het tijdelijk ontslag gaat in op de dag na de bekendmaking van de beslissing op het verzoek. Aan het verzoek, bedoeld in de eerste volzin, wordt niet voldaan, indien het tijdstip waarop het verzoek wordt gedaan ligt binnen een periode van zestien weken voor het einde van de zittingsduur als bedoeld in hoofdstuk C.

  3. Het lidmaatschap van het lid aan wie tijdelijk ontslag als bedoeld in het eerste lid of tweede lid is verleend, herleeft van rechtswege met ingang van de dag waarop zestien weken zijn verstreken sinds de dag van ingang van het tijdelijk ontslag.

  4. Aan een lid van een vertegenwoordigend orgaan wordt ten hoogste drie maal per zittingsperiode tijdelijk ontslag als bedoeld in het eerste of het tweede lid verleend.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Kieswet